Interview “Mijn Geheim”.

Mijn-Geheim.Hoe-het-begon.-230x300Marianne (60) moest leren omgaan met haar fysieke beperkingen
‘Dankzij yoga bleef ik uit de rolstoel!’

Het ongeluk gebeurde op een warme zomerdag in 1970. Ik was vijftien. Mijn vader, moeder en ik waren onderweg en stopten op een parkeerstrook om een glas limonade te drinken. “Marianneke,” zei mijn vader, “stap maar aan mama’s kant uit, dat is veiliger.” Het waren zijn laatste woorden aan mij. Een vrachtwagen ramde twee auto’s achter ons en raakte ons daarna. Mijn moeder bleef wonderwel ongedeerd, maar mijn vader en ik werden meters verderop op het wegdek gevonden en belandden ernstig gewond in Nijmegen in het ziekenhuis. Ondanks de ernstige bekkenfracturen, een hersenkneuzing en verwondingen aan mijn benen overleefde ik het ongeluk. Mijn vader overleefde het niet, hij was pas 41.
De flarden herinneringen die ik nog heb van die tijd zijn nog glashelder. Zo weet ik dat ik de eerste dagen vastgebonden zat aan bed en niet kon loskomen, wat ik ook probeerde. Mijn familie werd zo veel mogelijk geweerd. De artsen wilden voorkomen dat ik te horen zou krijgen dat mijn vader niet meer leefde. Ze waren bang dat me dat te veel zou worden. Dat hebben ze waarschijnlijk goed ingeschat, want mijn vader en ik waren twee handen op één buik, we waren dol op elkaar.
Op de zaterdag na het ongeluk werd hij begraven zonder dat ik daar iets van wist. Het enige aandenken dat ik daaraan heb is een gekleurde poncho. Mijn moeder heeft die even op zijn kist gelegd en later aan mij gegeven. Zo had ik hem toch nog een beetje bij me.
De dag na de begrafenis werd ik zestien, die dag zal ik nooit vergeten. Ik werd wakker en mijn bed was versierd. Het maakte me vrolijk. Mijn moeder kwam met een bos rozen namens mijn vader. Dat de rozen van zijn graf afkomstig waren, wist ik niet. Het smoesje van mijn moeder nam ik voor waarheid aan: ‘Pap komt niet. Hij is moe, hij slaapt thuis op de bank.’
De dag erna werd besloten om mij alles te vertellen. Ik kon het gewoonweg niet geloven. Mijn vader kon niet doodgaan, nooit! Dood en begraven? Nee!
Elf weken heb ik in het ziekenhuis gelegen en werd vooral in beslag genomen door operaties en de revalidatie. Het was onzeker in hoeverre ik zou herstellen, de artsen waren zelfs bang dat ik mijn onderbeen zou moeten missen, of mijn voet. Gelukkig is het zover niet gekomen. Langzaamaan ging het beter en mocht ik thuis verder revalideren. Het bed in de woonkamer werd mijn plek. Nog altijd was het overlijden van mijn vader niet echt tot me doorgedrongen. Totdat mijn oom binnenkwam in zijn trui. Heel even dacht ik dat het mijn vader was en daarna stortte ik in. Mijn vader was dus echt dood.
In de maanden daarna richtte ik me vooral op mijn lichamelijke herstel. Het was moeilijk om weer te leren lopen. Ik had blijvend letsel overgehouden aan het ongeluk, het grootste probleem was mijn scheefstaande bekken. Lang staan kon ik niet, lang zitten ook niet en door de verwondingen aan mijn voet had ik niet genoeg kracht. Hoe moest dit nu verder? Samen met mijn vader had ik plannen gemaakt om een discotheek te openen, ook had ik graag kapper willen worden net zoals hij. Dat zou me nooit meer lukken, mijn beperkingen waren te groot.
Van verschillende artsen kreeg ik allerlei adviezen, maar ik had niet het idee dat ik er veel verder mee kwam. Toen de zoveelste dokter me aanraadde om een zak zand op mijn voet te binden om hem wat losser te krijgen, was de maat vol. Geen doktersadviezen meer, ik wilde het op mijn manier aanpakken. Maar hoe?

Redding
Dat antwoord kreeg ik op de dag dat een vriend me een boek over yoga gaf. Mijn leven veranderde voorgoed. Eén uitspraak in het boek viel me meteen op: Je doet wat je kunt en laat wat je niet kunt. Wees aardig voor jezelf. Ga niets forceren en je hoeft niets te presteren. Ik wist direct dat yoga me zou helpen beter te revalideren en begon met de oefeningen uit het boek. Zonder te forceren, maar vol goede moed en vol vertrouwen. De oefeningen werkten beter dan de doktersadviezen.
Yoga is mijn redding geweest. Zonder was ik beslist in een rolstoel beland en was ik er lichamelijk en geestelijk heel anders aan toe geweest. Dankzij yoga heb ik geleerd om te luisteren naar de signalen van mijn lichaam – en die altijd zuiver zijn – en om weer fit en soepel te worden.
Vanwege mijn hersenkneuzing was het volgens de artsen belangrijk om mijn hersenen te trainen. Daarom volgde ik de avondmavo. Na een spreekbeurt over yoga attendeerde de docent me op een yogalerares. Dezelfde week nog zat ik bij haar op les. En zo rolde ik de wereld van yoga in. Op mijn twintigste was ik de jongste yogalerares in Nederland.
In 1985 trouwde ik met Kees, mijn geschenk uit de hemel. We wilden graag kinderen, maar kon ik dat fysiek wel aan? In de jaren na het ongeluk was mijn moeder op het hart gedrukt dat ik niet zwanger mocht worden. Dat zou namelijk een keizersnede betekenen en dat was in die tijd nog een doodzonde. Als een kloek waakte mijn moeder over me. Maar nu was ik een getrouwde vrouw en het was een ander tijdperk. Ik ging naar de gynaecoloog om te vragen of er medische bezwaren waren. Die zag zij niet en kort daarna was ik zwanger. Tijdens de controles werd er wel eens gezegd dat de bevalling voor mij geen probleem zou zijn. Ze vonden me zo fit en lenig. Pas bij 36 weken zwangerschap bleek dat mijn bekken een natuurlijke bevalling toch in de weg zou staan en werd besloten om onze zoon met 38 weken te halen.

Rode draad
Bijna drie jaar na zijn geboorte overleed mijn moeder aan een hersentumor. Ik was erbij. Ze raakte in coma. Even opende ze haar ogen, alsof ze nog iets wilde zeggen. ‘Mam, ga maar naar pap’, spoorde ik haar aan. ‘Ga maar.’ En ze ging. Ik mocht haar ogen sluiten.
Nu waren mijn wortels weg en ik viel in een diep gat. Ik had geen kracht meer, kon alleen nog maar yogalessen geven, verder niets. Met hulp van een medium leerde ik om contact te maken met mijn ouders en daar putte ik veel troost uit. Het overlijden van mijn vader heeft toen pas echt een plek gekregen. Al zal het altijd blijven knagen dat ik nooit echt afscheid van hem heb kunnen nemen, zoals ik dat wel van mijn moeder had kunnen doen.
De stoel van mijn vader zal altijd leeg blijven, maar hij is niet echt weg. Zo voel ik dat en dat helpt mij.
Het ongeluk heeft veel sporen nagelaten, waar ik op allerlei manieren zelf mee aan de slag ben gegaan. Yoga heeft daarin altijd een grote rol gespeeld. Een paar jaar geleden was ik bij een arts vanwege mijn bekkenklachten. Hij had mijn dossier gezien en zei: ‘Ga vooral door met yoga, want tachtig procent van de bevolking die niets mankeert, kan niet eens doen wat jij doet!’ Hij was onder de indruk van wat ik allemaal kon met mijn lijf.
Vorig jaar vierde ik mijn veertigjarige jubileum als yogalerares. Een leerling gaf een ontroerende speech: ‘Je bent nu zestig, maar als we naar je kijken zien we een vrouw met de fitheid en lenigheid van een dertiger. Marianne, je staat met beide beentjes op de grond.’
Zo is het maar net: gelukkig sta ik met beide benen op de grond en zit ik niet in een rolstoel! Ik hoop nog lang fit en soepel te blijven en nog lang yogalessen te mogen geven.”